Konijnen:
Sterillisatie / castratie
Castratie
Konijnen die in huis gehouden worden zullen over het algemeen gecastreerd/gesteriliseerd moeten worden. Tussen 3,5 en 8 maanden komen konijnen in de puberteit. Bij mannetjes betekent dit vaak extreem sproeigedrag. Ze hebben een sterke neiging om hun territorium af te bakenen. Dit betekent dat het konijn ook over kleren en schoenen sproeit, van het mens dat hij als eigendomziet. Het heeft niets met zindelijkheid te maken, maar alles met hormonen.

Territoriaal gedrag kan ook ineens optreden wat de kooi betreft. Mocht eerst eten neergezet worden, of geaaid als het konijn in de kooi zit, plotseling gaat het konijn grommen en bijten om zijn territorium te verdedigen. Op dit moment ziet het konijn de hand niet meer als de hand van de mens waarvan hij houdt, maar als iets wat zijn territorium binnendringt. Vaak gebeurt het dat het konijn na het bijten bij zinnen komt, schrikt van zijn gedrag en schuldbewust de hand gaat likken. Om de volgende dag weer precies hetzelfde te doen. Hier kan castratie helpen, omdat dit puur hormonaal gedrag is. Ook het sproeien zal na castratie verdwijnen.

Als er meer konijnen in huis gehouden worden is castratie noodzakelijk. Ongecastreerde konijnen, ook broertjes, zullen vechten op leven en dood. Vanaf ongeveer 3 maanden ontstaat territoriumdrift en dominantiebepaling. De gevechten gaan om te bepalen wie de baas is, dus wie het territorium beheerst. Broertjes, of mannetjes die vanaf heel jong samen zitten, moeten op de leeftijd van 3 maanden gescheiden worden, met 5 maanden gecastreerd worden, en een paar weken na de castratie weer aan elkaar gewend worden. Om ze niet teveel van elkaar te laten vervreemden moeten ze in de scheidingsperiode wel contact kunnen houden met elkaar, ze moeten elkaar kunnen zien en ruiken, en indien mogelijk gescheiden door gaas tegen elkaar aan kunnen liggen. Ze zullen niet kunnen vechten en ze hebben beiden hun eigen territorium. Als de konijnen nerveus van elkaar worden, wat zich kan uiten door gestamp, is het beter de kooien iets uit elkaar te zetten, maar zo dat ze nog steeds elkaar kunnen zien en ruiken. Als ze helemaal geen contact meer met elkaar zouden hebben gedurende lange tijd, zullen ze elkaar na de castratie als vreemde konijnen zien, en kunnen alsnog gevechten uitbreken.

Ook wanneer een vrouwtje en een mannetje samen gehouden worden, moet het mannetje gecastreerd worden. Ze moeten dan vanaf 3 maanden van elkaar gescheiden worden door gaas, om ongewenste nestjes te voorkomen. Een mannetje moet minimaal 4 weken na castratie van het vrouwtje gescheiden blijven, omdat hij nog een tijd na de operatie vruchtbaar is. In de tussentijd is het belangrijk dat beide konijnen optimaal contact houden.

Castratie moet uitgevoerd worden door een kundige dierenarts, die verstand heeft van konijnen. De narcose die gebruikt wordt kan Domitor en ketamine zijn (priknarcose), omdat dit licht gedoseerd kan worden, geschikt voor een castratie. Sommige dierenartsen castreren zonder narcose maar maken gebruik van plaatselijke verdoving. Het konijn wordt hiervoor in een soort trance gebracht zodat het zich stilhoudt. Een konijn dat op deze manier gecastreerd wordt, is direct na de castratie weer de oude.

RISICO`S
Hou er rekening mee dat aan iedere operatie bij konijnen een risico verbonden is, veel groter dan bij bijvoorbeeld een hond of kat. Voor het herstel en de verkleining van de risico`s raad ik aan je konijn niet in een zeer warme periode te laten helpen.

Sterilisatie
Bij vrouwtjes is het precies hetzelfde gedrag te verwachten als bij mannetjes. Lijkt het altijd koek en ei te zijn met twee zusjes, ineens kunnen om hormonale redenen gevechten uitbreken. Vrouwtjes hebben net zo goed territoriumdrift en dominantiebepaling. Vaak gaat het er niet zo heftig aan toe als bij mannetjes, maar ze kunnen van tijd tot tijd toch in gevecht losbarsten. En elkaar erg verwonden als ze niet de gelegenheid hebben elkaar te ontlopen (hok, kooi).

Ook kunnen ze sproeigedrag vertonen en overal territoriale keutels achterlaten. Als twee vrouwtjes steeds vechten moeten ze ook gescheiden worden.

Sterilisatie is de oplossing voor dit gedrag. Eigenlijk heet het ook castratie als de baarmoeder en de eierstokken verwijderd worden.Vrouwtjes kunnen vanaf 6 maanden gecastreerd worden. Deze operatie kan het beste vóór het 3e levensjaar uitgevoerd worden, hierna worden de risico's groter. Na de castratie duurt het nog een klein poosje voordat de hormonen verdwenen zijn. Daarna kunnen de vrouwtjes weer aan elkaar gewend worden. Net zoals de mannetjes moeten de vrouwtjes in de scheidingsperiode zoveel mogelijk contact kunnen houden.

Castratie is ook ten zeerste aan te raden als er geen plan is het vrouwtje een nestje te laten krijgen. Deze vrouwtjes lopen het risico baarmoederkanker te krijgen. Dit risico begint na het 2e jaar, en loopt met de jaren op. Op de leeftijd van 6-7 jaar heeft een vrouwtje 75% kans om baarmoederkanker te krijgen. Ook vrouwtjes die als fokvrouwtjes gebruikt zijn, maar waar niet meer mee gefokt wordt, lopen grote risico op het krijgen van baarmoederkanker. De beste leeftijd voor deze operatie is tussen 6 maanden en 2 jaar.

Van te voren is nooit te bepalen of een vrouwtje wel of niet tot de baarmoederkanker-groep behoort. De keuze tussen wel of niet laten castreren is daarom moeilijk. Veel mensen hebben problemen om in hun gezond konijntje te laten snijden en nemen het risico van de baarmoederkanker. Weer anderen durven dat risico niet te nemen, en laten hun konijntje steriliseren. Over het algemeen is het veiliger om tot castratie te besluiten, hoewel elke operatie, hoe klein ook, risico’s met zich meebrengt. Om het risico zo klein mogelijk te maken moet de operatie uitgevoerd worden door een kundige dierenarts met verstand van konijnen, die voor konijnen goede narcosemiddelen gebruikt en goede pre- en postoperatieve zorg geeft. De veiligste narcose voor castratie van (vrouwtjes)konijnen is gasnarcose.

Algemeen
Een konijn mag beslist nooit vasten voor een operatie, hoewel sommige dierenartsen dat, denkend aan honden of katten, voorschrijven. Een konijn kan niet braken, braken is een reden waarom andere dieren nuchter moeten zijn voor een operatie. Een konijn moet altijd voedsel in de darmen hebben. Dus het is goed om het konijn gewoon voor de operatie te laten eten, en tot het allerlaatst hooi tot zijn beschikking te geven. Na de operatie moet het konijn in een warme omgeving bijkomen, dus op een warmtematje, of onder een warmte lamp.

Elk geopereerd konijn, wat voor operatie dan ook, moet na de operatie in huis gehouden worden. Het moet een warme plek hebben, misschien een kruik. Een konijntje dat onder narcose is geweest is niet in staat zijn/haar lichaamstemperatuur te regelen, en loopt het gevaar te onderkoelen. Een gecastreerd konijn dat op kranten moet zitten kan beter een dekentje of een oude handdoek gegeven worden, dat is warmer en prettiger.

Nog een reden om het konijn in de huiskamer te houden is dat je zo goed kunt opletten of zij/hij weer gaat eten en drinken.

Het is zaak dat een konijn binnen 12 uur na de operatie weer gaat eten. Een konijn dat langer dan 12 uur geen voedsel in de darmen krijgt, raakt in de problemen. Een konijn dat een paar uur na de operatie nog niets drinkt, moet water gegeven worden met behulp van een spuitje.

Het is het beste om regelmatig voedsel aan te bieden. Peterselie, selderie, blaadje andijvie (als het konijn gewend is om groenvoer te eten!) smaakt een ziek konijn meestal beter dan droogvoer. Hooi moet bij het konijn neergelegd worden zodat het makkelijk kan eten. Een extra bak water moet neergezet worden, omdat het zwakke dier misschien geen zin heeft om uit een flesje te drinken. Geef het konijn een paar uur na de operatie drinken met een spuitje. Als het konijn 12 uur na de operatie nog niet eet, ook geen hooi, moet het gedwangvoerd worden. Als het konijn zelf hooi gaat eten komt het allemaal goed en hoeft er niet gedwangvoerd te worden.

Een reden voor niet-eten kan ook pijn zijn. Een konijn dat pijn heeft wil niet meer leven. Informeer dus bij de dierenarts of er een pijnstiller gegeven is, en vraag een extra pijnstiller mee naar huis. Pijnbestrijding bij een konijn is heel erg belangrijk, steeds meer dierenartsen komen tot dit besef. Tolfedine of Metacam zijn goede pijnstillers voor een konijn. Een konijn zonder pijn zal eerder weer gaan eten, en snel helemaal opknappen.

Bron: www.konijnen.nl


Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen? Stel je vraag gerust op het het forum!



 
Abcessen
Antibiotica
Baarmoederkanker
Blaasproblemen
Darminmobiliteit
Diarree
Evenwichtsziekte
(Gifte) plantenlijst
Haarbal
Homeopathie
Konijnenhokken
Konijn erbij
Madenziekte
Misleidende verpakkingen
Myxomathose
Opvoeding en verzorging
Pasteurella
Rode urine
Snoepgoed
Speelgoed
Speelgoed (2)
Sterillisatie
Symptomenlijst
Te dik
Trommelzucht
VHS
Voeding
Winter
Zindelijk maken
Zomer
 

Contact
Disclaimer
© Copyright